ECLI:NL:RVS:2004:AO6084
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering monumentenvergunning wegens strijd met heroverwegingsplicht
Het college van burgemeester en wethouders van Leiden wees op 2 juli 2001 een aanvraag voor een monumentenvergunning af. Appellant maakte bezwaar, dat het college op 13 mei 2002 ongegrond verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellant stelde dat het college onzorgvuldig had gehandeld door het bouwplan te laat aan de monumentenbeheercommissie (Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit) te verzenden, waardoor deze niet tijdig advies kon uitbrengen. Ook werd geklaagd dat het college de beslistermijn niet had verlengd. De Raad van State oordeelde dat het ontbreken van tijdig advies niet aan de vergunningverlening in de weg stond, mede omdat bij niet tijdig beslissen de vergunning van rechtswege zou zijn verleend, wat risico’s voor het monument opleverde.
De Raad van State stelde echter vast dat het college bij de beslissing op bezwaar niet alsnog een advies van de monumentenbeheercommissie had betrokken, terwijl het op grond van artikel 7:11 Awb Pro verplicht was het besluit in primo te heroverwegen. Hierdoor was het besluit op bezwaar in strijd met de Awb genomen. De uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college werden vernietigd en het college werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de monumentenvergunning is vernietigd wegens strijd met de heroverwegingsplicht.