ECLI:NL:RVS:2004:AO6088
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebiedsplan Flevoland en gevolgen voorkeursrecht pachter
Het college van gedeputeerde staten van Flevoland stelde op 28 mei 2002 het Gebiedsplan voor natuur en landschap Flevoland vast. Appellant, pachter van een landbouwkavel, stelde dat deze aanwijzing gevolgen had voor zijn voorkeursrecht bij aankoop, bedrijfsvoering en investeringen. De rechtbank Zwolle verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het gebiedsplan geen beperkingen oplegt aan de huidige bedrijfsvoering van appellant.
Appellant voerde aan dat hij door de aanwijzing als 'nieuwe natuur' in het gebiedsplan belemmerd wordt, onder meer omdat investeringen niet rendabel gefinancierd kunnen worden. De rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd en wees erop dat het gebiedsplan het eerdere begrenzingenplan vervangt, waarin dezelfde gronden al als reservaatgebied waren aangewezen.
De Raad van State sluit zich aan bij deze overwegingen en verwijst naar het kabinetsstandpunt dat gronden met een toekomstige andere bestemming dan agrarisch gebruik, eigendom van domeinen, niet aan zittende pachters worden verkocht. Hierdoor kan appellant zijn voorkeursrecht niet effectueren. Desondanks is het besluit tot vaststelling van het gebiedsplan redelijk genomen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het gebiedsplan bevestigd.