ECLI:NL:RVS:2004:AO6092
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nadere eisen geluidbeheersing horeca-inrichting te Muiden
Bij besluit van 19 augustus 2002 stelde het college van burgemeester en wethouders van Muiden nadere eisen aan een horecainrichting betreffende geluidbeheersing. Tevens werd een last onder dwangsom opgelegd bij besluit van 4 december 2002. Appellant maakte bezwaar en stelde dat niet alle noodzakelijke eisen uit een akoestisch rapport waren opgenomen, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd zou zijn en het rechtszekerheidsbeginsel werd geschonden.
De Raad overwoog dat het bevoegd gezag op grond van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer eisen mag stellen om geluidsgrenswaarden te waarborgen. De gestelde nadere eisen betroffen onder meer een geluidbegrenzer, gesloten ramen en deuren, en een verbod op levende muziek. Verweerder stelde dat concrete verbouwplannen bestonden, waardoor het opleggen van alle aanvullende eisen uit het rapport niet redelijk was. Het huidige binnengeluidniveau van 60 dB(A) wordt met de gestelde eisen voldoende gewaarborgd.
De Raad concludeerde dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de nadere eisen toereikend zijn voor naleving van de geluidsnormen bij de huidige bedrijfsvoering. De exploitant heeft aangegeven in de toekomst mogelijk een hoger binnengeluidniveau te willen hanteren, waarvoor een aanvullend akoestisch rapport is gevraagd. Tot die tijd geldt de huidige regeling. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de nadere eisen voor geluidbeheersing is ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.