ECLI:NL:RVS:2004:AO6093
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inzake toepassing bestuurlijke handhaving rundveebedrijf wegens onjuiste vergunningtoepassing en onvoldoende onderzoek mestopslag
Appellant verzocht om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen tegen het rundveebedrijf van een partij aan een locatie te plaats. Verweerder wees dit verzoek bij besluit van 21 februari 2002 af, waarna bezwaar werd gemaakt en deels gegrond verklaard bij besluit van 23 juni 2003. Appellant stelde beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte aannam dat het vergunningvereiste niet gold, omdat er op het moment van het besluit ongeveer 30 schapen aanwezig waren, wat in strijd is met het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer. Daarnaast was de afstand van de mestopslag tot woningen van derden onvoldoende onderzocht; de gebruikte luchtfoto en computerprogramma boden geen sluitend bewijs dat de afstand minimaal 50 meter was, terwijl de situatietekening een kortere afstand aangaf.
Verder concludeerde de Afdeling dat het college niet voldeed aan de vereisten van zorgvuldigheid en motivering zoals neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht, met name door het ontbreken van een besluit tot handhaving na gegrondverklaring van het bezwaar. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 23 juni 2003 is vernietigd wegens onjuiste vergunningtoepassing en onvoldoende onderzoek naar mestopslagafstand.