ECLI:NL:RVS:2004:AO6099
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Oosting
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing handhaving geluidsoverlast bar-dancing aanpandig woning
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Lemsterland om handhavend op te treden tegen een bar-dancing die aan zijn woning grenst vanwege vermeende geluidsoverlast. Het college wees dit verzoek bij besluit van 6 december 2002 af en verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 28 mei 2003. Appellant stelde beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had verricht naar de geluidsoverlast. Tijdens een controle op 25 januari 2003 waren geen geluidmetingen verricht in de woning van appellant, terwijl alleen waarnemingen zonder meetgegevens onvoldoende zijn om vast te stellen of de geluidvoorschriften worden overtreden. Ook was geen recente controle uitgevoerd in de bar-dancing zelf.
Verder bleek dat appellant aanvankelijk geen toestemming gaf voor een tweede controle met geluidmeetapparatuur in zijn woning, maar hij was bereid medewerking te verlenen mits een deskundige van zijn keuze aanwezig was. Het college had het verzoek moeten honoreren en een deugdelijk onderzoek moeten instellen.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de zorgvuldigheids- en motiveringsbeginselen van de Algemene wet bestuursrecht en droeg het college op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.