ECLI:NL:RVS:2004:AO6134
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- M.M. van Driel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-handhaving milieuvergunning
Verzoekers hadden bij het college van burgemeester en wethouders van Gendringen verzocht om handhaving tegen het zonder adequate milieuvergunning uitvoeren van spuitactiviteiten door een vergunninghoudster. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Verzoekers stelden dat de verleende revisievergunning niet onherroepelijk was en onvoldoende bescherming bood tegen hinder.
De Voorzitter stelde vast dat de revisievergunning was verleend met uitzondering van de spuitactiviteiten in hal 1-2, welke activiteiten inmiddels waren beëindigd. Omdat het verzoek om handhaving alleen nog betrekking had op inmiddels vergunde activiteiten, zag de Voorzitter geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.
De Voorzitter wees het verzoek af en oordeelde dat er geen grond was voor een proceskostenveroordeling. Het oordeel had een voorlopig karakter en was niet bindend in de bodemprocedure.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet-handhaven van milieuvoorschriften wordt afgewezen.