ECLI:NL:RVS:2004:AO6533
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huursubsidie wegens onherroepelijk belastbaar vermogen
De Staatssecretaris heeft bij besluit van 14 mei 2001 de huursubsidie van appellant over het tijdvak 1 juli 1999 tot 1 juli 2000 vastgesteld op nihil en het ten onrechte betaalde bedrag van ƒ 4.500,00 teruggevorderd. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het belastbare vermogen van appellant, vastgesteld door de Belastingdienst bij besluit van 23 februari 2001, formele rechtskracht heeft en of de Staatssecretaris dit mocht hanteren bij de vaststelling van de huursubsidie. De Raad van State oordeelde dat het besluit van de Belastingdienst onherroepelijk is geworden doordat appellant geen tijdig bezwaar heeft gemaakt, en dat de Staatssecretaris terecht van dit besluit is uitgegaan.
Daarnaast voerde appellant aan dat artikel 26 van Pro de Huursubsidiewet (Hsw) toegepast had moeten worden om bepaalde vermogensbestanddelen buiten beschouwing te laten. De Raad van State stelde vast dat de beleidsregels omtrent artikel 26 juist Pro zijn toegepast en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die afwijking rechtvaardigen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van huursubsidie wordt bevestigd.