ECLI:NL:RVS:2004:AO6551
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vergunning veehouderij met recreatiewoningen in Voorthuizen
Bij besluit van 10 september 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Barneveld een vergunning aan een vergunninghouder voor het oprichten en in werking hebben van een veehouderij met verhuur van recreatiewoningen te Voorthuizen. Appellante stelde onder meer dat de afstand tussen de mestplaat en haar woning kleiner was dan de minimaal aan te houden afstand van 50 meter en dat zij hinder ondervond door stank, vliegen, muggen en visuele overlast.
De Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor de gronden betreffende het vergunde aantal mestvarkeneenheden en de ligging in een kwetsbaar gebied, omdat appellante niet tijdig bedenkingen had ingebracht tegen het ontwerpbesluit. Voor zover het beroep ontvankelijk was, werd het ongegrond verklaard. De Afdeling stelde vast dat de afstand tussen de mestplaat en de woning van appellante 54 meter bedroeg, waarmee voldaan werd aan de minimale afstandsnorm. Tevens waren er voorschriften verbonden aan de vergunning ter voorkoming van stank en ongedierte.
Daarnaast werd geoordeeld dat de beroepsgrond betreffende strijd met het bestemmingsplan niet relevant was voor de milieubeheervergunning en dat afwijkingen in de ligging van de mestplaat niet de rechtmatigheid van de vergunning betroffen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Het beroep werd aldus deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond.
Uitkomst: Het beroep is deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard, waardoor de vergunning in stand blijft.