ECLI:NL:RVS:2004:AO6565
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken belang bij inzage milieuvergunningen
Appellant verzocht het college van gedeputeerde staten van Gelderland om toezending van (ontwerp)milieuvergunningen en bijbehorende documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB). Het college weigerde dit gedeeltelijk, waarna appellant bezwaar maakte dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Arnhem vernietigde het besluit van het college voor de milieuvergunningen genoemd in artikel 19.1 van de Wet milieubeheer (Wm).
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de zitting bleek dat het hoger beroep alleen nog betrekking had op beschikkingen die inmiddels onherroepelijk waren geworden en onder het regime van artikel 19.1 Wm vielen. Dit artikel regelt dat het bestuursorgaan tegen vergoeding een exemplaar van de beschikkingen verstrekt en waar mogelijk de stukken die ter inzage lagen.
De Raad van State oordeelde dat appellant daardoor geen belang meer had bij het hoger beroep over de toezending van de gevraagde stukken op grond van de WOB. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang bij de gevraagde stukken.