ECLI:NL:RVS:2004:AO7096
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering bouwvergunning wegens onvoldoende motivering vrijstelling voorgevelrooilijn
Het college van burgemeester en wethouders van Oostburg verleende aanvankelijk een bouwvergunning voor het vergroten van een woning, maar keerde later terug door de vergunning te weigeren vanwege strijd met het bestemmingsplan, omdat de uitbreiding de voorgevelrooilijn met 30 centimeter overschrijdt.
Appellant stelde dat het college de weigering om vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening onvoldoende had gemotiveerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat het college niet had voldaan aan zijn motiveringsplicht en de aanvraag niet als een verzoek om vrijstelling had aangemerkt zoals wettelijk vereist.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het besluit van het college en het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en beval dat het college bij een nieuw besluit alsnog moet beoordelen of vrijstelling kan worden verleend, met inachtneming van de belangen en de voorgeschiedenis van de zaak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot weigering van de bouwvergunning wordt vernietigd en het college dient een nieuw besluit te nemen met een juiste motivering over de vrijstelling.