ECLI:NL:RVS:2004:AO7115
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking naam handelsinformatiebureau door CBP
Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) weigerde op 15 januari 2002 het verzoek van appellante, de Nederlandse Vereniging van Handelsinformatiebureaus, om de naam van een handelsinformatiebureau openbaar te maken. Dit bureau werd genoemd in een geanonimiseerde samenvatting van een onderzoeksrapport uit juli 2001. De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit van het CBP om de weigering op bezwaar te handhaven, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State tegen de instandhouding van de rechtsgevolgen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het CBP terecht het belang van het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van het handelsinformatiebureau zwaarder mocht laten wegen dan het algemene belang bij openbaarmaking. Dit vanwege de beperkte en concurrerende markt waarin het bureau opereert en de reeds genomen maatregelen ter verbetering van de bedrijfsvoering.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 7 april 2004 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het CBP om de naam van het handelsinformatiebureau openbaar te maken.