ECLI:NL:RVS:2004:AO7117
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing van monument als beschermd monument ondanks bezwaren eigenaren
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft bij besluit van 14 april 2000 het aan appellanten toebehorende monument aangewezen als beschermd monument. Appellanten maakten bezwaar en stelden dat het monument geen zelfstandige monumentale waarde bezit vanwege de slechte staat en geringe resterende bebouwing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad overweegt dat ondanks de beperkte resterende bebouwing voldoende herkenbare monumentale kenmerken aanwezig zijn en dat de betekenis van het monument als onderdeel van de Stelling van Amsterdam, die op de werelderfgoedlijst staat, meegewogen mag worden. Nieuwe feiten zoals plaatsing op de werelderfgoedlijst en toegenomen deskundige kennis rechtvaardigen de aanwijzing.
Verder is geoordeeld dat de Staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd waarom is afgeweken van negatieve adviezen van de gemeenteraad en provincie. De tussen appellanten en de provincie gesloten overeenkomst biedt geen daadwerkelijke monumentale bescherming. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanwijzing van het monument als beschermd monument bevestigd.