ECLI:NL:RVS:2004:AO7121
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.A.M. van Angeren
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake planschadevergoeding bij onjuiste planvergelijking
Appellant, de raad van de gemeente Enschede, wees het verzoek van verzoeker om vergoeding van planschade af op grond van een planvergelijking waarbij de feitelijke situatie onder het nieuwe bestemmingsplan werd vergeleken met de maximale mogelijkheden onder het oude planologische regime. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze afwijzing, dat ongegrond werd verklaard door appellant. De rechtbank Almelo verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar.
In hoger beroep betwist appellant het oordeel van de rechtbank dat de planvergelijking onjuist was omdat deze de feitelijke situatie onder het nieuwe plan als maatstaf nam in plaats van de maximale planologische mogelijkheden. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat voor de beoordeling van planschade uitsluitend de maximale mogelijkheden onder beide bestemmingsplannen moeten worden vergeleken, ongeacht feitelijke realisaties.
De Afdeling concludeert dat appellant onvoldoende oog heeft gehad voor de maximale mogelijkheden onder het nieuwe bestemmingsplan en daardoor het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft voorbereid, in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep is ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond.