ECLI:NL:RVS:2004:AO7128
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens vermeende milieurechtschending
Verzoekster, Delta Onroerend Goed B.V., kreeg op 24 november 2003 een last onder dwangsom opgelegd door het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland vanwege het niet beëindigen van een inrichting die afvalstoffen stort en verontreinigde grond opslaat. De dwangsom bedroeg €166.000 per maand met een maximum van €996.000. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter oordeelde dat het enkele laten liggen van afvalstoffen niet automatisch betekent dat sprake is van een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, omdat continuïteit van activiteiten vereist is. Verweerder had ten onrechte aangenomen dat sprake was van een inrichting. Daarnaast was onvoldoende gemotiveerd in hoeverre sprake was van overtreding van artikel 13 Wet Pro bodembescherming, waardoor handhaving op die grond niet gerechtvaardigd was.
Daarom werd het besluit geschorst, werden de proceskosten van verzoekster aan haar toegekend en werd het griffierecht vergoed. Hiermee werd het handhavingsbesluit voorlopig buiten werking gesteld.
Uitkomst: Het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom is geschorst wegens het ontbreken van een vergunningplichtige inrichting en onvoldoende motivering.