ECLI:NL:RVS:2004:AO7133
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor kampeermiddelen in strijd met bestemmingsplan en Wet op de Openluchtrecreatie
Het college van burgemeester en wethouders van Ruurlo legde appellant op 4 februari 2002 een last onder dwangsom op om geen kampeermiddelen op zijn perceel te plaatsen, met uitzondering van een beperkt aantal toegestane middelen in het hoofdseizoen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, maar zowel het college als de rechtbank wezen deze af. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de last onder dwangsom betrekking heeft op het gehele perceel en dat appellant het in zijn macht heeft om te voorkomen dat de kampeermiddelen worden geplaatst. De strijdigheid met artikel 8 van Pro de Wet op de Openluchtrecreatie en het bestemmingsplan “Buitengebied, herziening XXII” werd bevestigd.
Appellant voerde aan dat het bestemmingsplan geen gebruiksvoorschriften en overgangsrecht bevatte, maar dit werd verworpen omdat de voorschriften van het bestemmingsplan Buitengebied 1971 ook voor de herziening gelden. Daarnaast werd het beroep op overgangsrecht uit het bestemmingsplan Buitengebied 1995 afgewezen omdat het gebruik reeds voor de inwerkingtreding van het plan door het college was gewraakt.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.