ECLI:NL:RVS:2004:AO7139
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens onvoldoende rijgeschiktheid na alcoholmisbruik
Appellant kreeg op 9 september 2002 te horen dat zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard omdat hij niet voldeed aan de geschiktheidseisen, gebaseerd op twee medische onderzoeken. Hij voerde aan dat de Minister zich onterecht uitsluitend op de CDtect-test had gebaseerd, waarvan hij de betrouwbaarheid betwistte.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Deze oordeelde dat het besluit van de Minister was gebaseerd op het totaalbeeld van de medische onderzoeken, waaronder psychiatrische beoordelingen volgens DSM-IV-criteria en laboratoriumonderzoeken.
De Raad van State verwierp het beroep van appellant, bevestigde dat het rijbewijs terecht ongeldig was verklaard en oordeelde dat de behandelingstermijn niet onredelijk was. Ook werd geoordeeld dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing was omdat het hier niet ging om een strafrechtelijke procedure.
De uitspraak van de voorzieningenrechter werd daarmee bekrachtigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs is bevestigd.