ECLI:NL:RVS:2004:AO7462
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- J.E.M. Polak
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit tot nihil vaststelling premie op grond van Arbeidsplaatsenpremieregeling Flevoland 1998
Het college van burgemeester en wethouders van Almere stelde bij besluit van 27 september 2001 de premie van appellante krachtens de Arbeidsplaatsenpremieregeling Flevoland 1998 definitief vast op nihil, omdat appellante niet tijdig een aanvraag tot vaststelling had ingediend. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het op nihil stellen van de premie een buitenproportionele sanctie zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college een discretionaire bevoegdheid heeft gebruikt om een juiste toepassing van de regeling te waarborgen en dat het besluit geen punitieve sanctie betreft. Het college had een gerechtvaardigd belang bij het stellen van consequenties aan het niet naleven van de aanvraagtermijn, mede vanwege rapportageverplichtingen aan de Europese Commissie.
Appellante had niet voldaan aan de voorwaarden voor toekenning van de premie, ondanks herhaalde waarschuwingen. Het te laat indienen van de aanvraag en het ontbreken van noodzakelijke bijlagen maakten inhoudelijke beoordeling onmogelijk. De Afdeling vond geen aanleiding om het besluit als kennelijk onredelijk te beschouwen en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot nihil vaststelling van de premie wordt bevestigd.