ECLI:NL:RVS:2004:AO7463
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- H.G. Lubberdink
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit subsidie Investeringsregeling Jonge Bedrijven Zuid-Limburg wegens onjuiste uitleg bedrijfscapaciteit
Het college van gedeputeerde staten van Limburg verleende aan Protomation B.V. subsidie op grond van de RTP-Investeringsregeling Jonge Bedrijven Zuid-Limburg. Na bezwaar stelde het college het subsidiebedrag bij, maar de rechtbank verklaarde het beroep van Protomation ongegrond. Protomation stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de uitleg van het begrip 'bedrijfscapaciteit' in de Investeringsregeling, waarbij het college een te beperkte, technische uitleg hanteerde die niet passend is voor dienstverlenende bedrijven zoals Protomation, die ook producent is van software en hardware. Tevens was er discussie over een kortingsvoorwaarde gekoppeld aan personeelsuitbreiding.
De Afdeling oordeelde dat de uitleg van het college onjuist was en dat de kortingsvoorwaarde in de huidige vorm niet gehandhaafd kan blijven. Desondanks bleef de Afdeling bij het standpunt dat de rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar voor het subsidiebedrag van ƒ 18.112,00 in stand blijven, om Protomation niet slechter te stellen dan zonder beroep.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en bepaalde dat het college de proceskosten en griffierecht aan Protomation moet vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, met in standhouding van de rechtsgevolgen voor een deel van de subsidie.