ECLI:NL:RVS:2004:AO7485
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- C.H.M. van Altena
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bouwvergunning wegens overschrijding achtergevelrooilijn
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven verleende op 8 juni 2001 een bouwvergunning aan appellante voor het verbouwen en uitbreiden van een woning, inclusief het plaatsen van dakkapellen. Na bezwaar werd deze vergunning door het college op 24 juni 2002 herroepen en geweigerd vanwege strijd met artikel 2.5.12 van de gemeentelijke bouwverordening, dat het bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn verbiedt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze weigering ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat het bestemmingsplan de bouwregels omtrent oppervlakte, goothoogte en bebouwingspercentage regelt en dat de bouwverordening daarom buiten toepassing zou moeten blijven. De Raad van State oordeelde echter dat het bestemmingsplan geen regeling bevat over de ligging van de aanbouw ten opzichte van de achtergevelrooilijn, waardoor de bouwverordening van toepassing blijft.
Verder stelde appellante subsidiair dat het college onredelijk had gehandeld door geen vrijstelling te verlenen voor de overschrijding. De Raad van State vond dat het college een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt, waarbij de belangen van de buurman zwaarder wogen dan de extra gebruiksmogelijkheden voor appellante. Ook werd meegewogen dat de aanbouw was gerealiseerd voordat de vergunning onherroepelijk was geworden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.