ECLI:NL:RVS:2004:AO7498
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- A.J. Kuipers
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens bouw- en sloopafval op perceel
Bij besluit van 4 februari 2004 legde het college van burgemeester en wethouders van Beemster aan verzoekers een last onder dwangsom op wegens het niet verwijderen van bouw- en sloopafval afkomstig van een gesloopte stolpboerderij op hun perceel. De dwangsom bedroeg € 5.000 per week met een maximum van € 20.000. Verzoekers maakten bezwaar en verzochten de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter oordeelde dat de last ten onrechte ook was gericht aan één van de verzoekers die geen zeggenschap over het terrein heeft. Tevens was onduidelijk op welke wijze overtreding van meerdere wetsartikelen was gebaseerd, wat onzorgvuldig was. De Voorzitter vond het aannemelijk dat het op de bodem brengen van bouw- en sloopafval zonder vergunning in strijd is met artikel 10.2 van de Wet milieubeheer.
De dwangsom werd niet als onevenredig hoog beschouwd. De Voorzitter schorst het besluit gedeeltelijk, namelijk voor de verzoeker zonder zeggenschap en voor zover het besluit steunt op bepaalde wetsartikelen, tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werden de proceskosten en griffierecht aan verzoekers toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom wordt gedeeltelijk geschorst en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.