ECLI:NL:RVS:2004:AO7973
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen last onder dwangsom wegens milieuschending
Bij besluit van 24 juli 2003 legde het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet aan een B.V. een last onder dwangsom op wegens het verspuiten van verven en de opslag van vloeistoffen zonder vergunning op een perceel te Nunspeet. De dwangsom bedroeg € 5000 per overtreding met een maximum van € 100.000. Appellant, directeur en enig aandeelhouder van de B.V., stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellant belanghebbende is omdat zijn belangen nauw verweven zijn met die van de B.V. Het primaire besluit was rechtsgeldig genomen, aangezien de dwangsombeschikking integraal onderdeel uitmaakt van de ondertekende brief van 24 juli 2003. De begunstigingstermijn van 20 dagen was correct aangevangen na bekendmaking.
Verder was niet in geschil dat de activiteiten zonder vergunning plaatsvonden en dat het bestuursorgaan bevoegd was tot het opleggen van de last onder dwangsom. De Voorzitter stelde vast dat de activiteiten milieuschade veroorzaken en dat er geen zicht was op legalisering van de huidige situatie. Het belang van milieubescherming woog zwaarder dan de bedrijfseconomische belangen van appellant. Ook was de hoogte van de dwangsom in redelijke verhouding tot het geschonden belang en was er geen sprake van willekeur.
De Voorzitter concludeerde dat het beroep ongegrond is en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.