ECLI:NL:RVS:2004:AO7979
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen nadere eis geluidbelasting bij inrichting in Boxmeer
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van 6 januari 2004 van het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer, waarin een nadere eis is gesteld aan haar inrichting op een perceel te Boxmeer. Deze eis betreft het beperken van geluidhinder bij laden en lossen tussen 6.00 en 7.00 uur, terwijl het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer een vrijstelling voor piekniveaus in deze periode geeft vanaf 6.00 uur.
De Voorzitter heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld en geoordeeld dat het bestreden besluit in strijd is met artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit, omdat de nadere eis betrekking heeft op een voorschrift (1.1.6) dat niet genoemd wordt in hoofdstuk 4 van de bijlage bij het Besluit. Hierdoor zal het besluit naar verwachting in de bodemprocedure geen stand houden.
Op grond hiervan is het besluit geschorst en is het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekster. De uitspraak is gedaan op 16 april 2004 door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer wordt geschorst wegens strijd met het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer.