ECLI:NL:RVS:2004:AO7981
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Th.G. Drupsteen
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens illegale veehouderij
Verweerder legde op 15 september 2003 aan verzoeker een last onder dwangsom op omdat op het perceel te Wester-Koggenland een veehouderij werd geëxploiteerd zonder de vereiste vergunning op grond van de Wet milieubeheer. De dwangsom bedroeg aanvankelijk € 10.000 per maand met een maximum van € 100.000 en een begunstigingstermijn tot 1 november 2003. Na bezwaar werd de dwangsom verlaagd tot € 5.000 per maand met een maximum van € 50.000 en een verlengde begunstigingstermijn tot 9 maart 2004.
Verzoekers stelden dat er zicht was op legalisatie van de situatie omdat een vergunning op basis van bestaande rechten kon worden verleend en dat de woning geen bescherming tegen stankhinder verdiende. De Raad overwoog dat de bestaande rechten alleen kunnen worden gerelateerd aan mestvarkeneenheden en dat voor melkkoeien en jongvee geen omrekeningsfactoren bestaan, waardoor het beroep op bestaande rechten niet slaagt. Ook werd erkend dat andere woningen in de nabijheid wel bescherming verdienen tegen stankhinder.
Verzoekers voerden aan dat de begunstigingstermijn te kort was vanwege de aanwezigheid van drachtige geiten, maar de Raad stelde vast dat er het hele jaar door drachtige geiten aanwezig zijn en dat verzoekers voldoende tijd hadden gekregen om de overtreding te beëindigen. De Voorzitter oordeelde dat er geen reden was om de voorlopige voorziening toe te kennen en wees het verzoek af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.