ECLI:NL:RVS:2004:AO7992

Raad van State

Datum uitspraak
16 april 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200402271/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • Th.G. Drupsteen
  • M.A.G. Stolker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:32 AwbArt. 8:81 AwbVoorschrift 1.1.1 bijlage 2 Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor laden en lossen vóór 07.00 uur

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom die door het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal is opgelegd om het laden en lossen vóór 07.00 uur te beëindigen. De last is gebaseerd op overtreding van geluidgrenswaarden volgens het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer en een nadere eis van de gemeente.

De Voorzitter heeft vastgesteld dat het begrip laden en lossen ruim wordt geïnterpreteerd, waarbij ook het aan- en afrijden van vrachtwagens vóór 07.00 uur als overtreding wordt gezien. Verzoekster betwistte dit, maar de Voorzitter acht de bevoegdheid van de gemeente tot handhaving in die gevallen aanwezig.

Echter is de formulering van de last onduidelijk doordat twee onderdelen (overtreding van het Besluit en overtreding van de nadere eis) verschillend zijn geformuleerd, wat strijdig is met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom is besloten de last onder dwangsom voorlopig te schorsen tot zes weken na beslissing op bezwaar, met doorloop bij beroep, en is de gemeente verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.

Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom wordt geschorst vanwege onduidelijkheid over de formulering en het rechtszekerheidsbeginsel.

Uitspraak

200402271/1.
Datum uitspraak: 16 april 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekster], gevestigd te [plaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 12 februari 2004, kenmerk 03.2270, heeft verweerder aan verzoekster een last onder dwangsom opgelegd als geregeld in artikel 5:32 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt.
Bij brief van 17 maart 2004, bij de Raad van State ingekomen op 18 maart 2004, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 5 april 2004. Daar is verzoekster vertegenwoordigd door [gemachtigde]. Verweerder is vertegenwoordigd door H.A.M. Vaneker en J.H.A. Horsthuis, ambtenaren van de gemeente. Voorts is daar gehoord [partij].
2. Overwegingen
2.1. De last onder dwangsom, voorzover hier van belang, is opgelegd om het laden en lossen vóór 07.00 uur te beëindigen. Volgens verweerder is laden en lossen vóór dat tijdstip niet mogelijk zonder overtreding van de geluidgrenswaarden die gelden ingevolge voorschrift 1.1.1 van bijlage 2 bij het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer (het Besluit). Laden en lossen vóór dat tijdstip is uitdrukkelijk verboden op grond van de nadere eis van 10 februari 2004. Daarbij gaat verweerder er van uit dat het begrip laden en lossen zo ruim moet worden opgevat, dat daaronder ook af- en aanrijden valt. Volgens hem is er aldus sprake van een overtreding indien de losactiviteiten plaatsvinden na 07.00 uur, maar de lading al voor 07.00 uur wordt aangevoerd.
2.2. Als vaststaand is aan te nemen dat regelmatig vóór 07.00 uur bij de inrichting vrachtwagens aankomen, die vanaf 07.00 uur worden gelost. Er van uitgaande dat het begrip laden en lossen zich niet strikt beperkt tot de feitelijke laad- en losactiviteiten, houdt de Voorzitter het er hier voor dat in die gevallen sprake is van een overtreding, zodat verweerder bevoegd is om daartegen handhavend op te treden.
2.3. De opgelegde last is zodanig geformuleerd, dat aan verzoekster de keuze wordt geboden tussen beëindiging van de overtreding van voorschrift 1.1.1 van het Besluit, dan wel beëindiging van de overtreding van de nadere eis. Verweerder is er vanuit gegaan dat die twee onderdelen van de last wat laden en lossen betreft inhoudelijk hetzelfde zijn en dat, nadat de nadere eis onherroepelijk is, de last zal worden beperkt tot die nadere eis, zonder dat de last daardoor wijzigt. De Voorzitter is er gezien de afwijkende bewoordingen van die onderdelen echter niet van overtuigd dat die onderdelen identiek zijn, zodat het niet buiten twijfel is wanneer er sprake is van een overtreding. De Voorzitter acht dit in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, dat vereist dat een besluit niet voor verschillende uitleg vatbaar is. Temeer nu verweerder te kennen heeft gegeven dat de last zal worden aangepast, ziet hij aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening op de onder 3. weergegeven wijze.
2.4. Concluderend dient het verzoek te worden toegewezen.
2.5. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal van 12 februari 2004, kenmerk 03.2270, tot zes weken na de beslissing op bezwaar, met dien verstande dat de schorsing doorloopt indien binnen de beroepstermijn is gevraagd om het treffen van een voorlopige voorziening;
II. gelast dat de gemeente Oldenzaal aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 136,00) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.A.G. Stolker, ambtenaar van Staat.
w.g. Drupsteen w.g. Stolker
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 april 2004
157.