ECLI:NL:RVS:2004:AO7995
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Schorsing last onder dwangsom wegens onduidelijkheid vergunning milieubeheer
Op 11 maart 2004 legde het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan verzoekster een last onder dwangsom op wegens het in strijd met artikel 8:1 van Pro de Wet milieubeheer uitoefenen van activiteiten op een perceel te Naaldwijk. Verzoekster betwistte dat zij in strijd met de wet handelde en verwees naar een nog geldige milieuvergunning die op het perceel van toepassing zou zijn.
De Voorzitter stelde vast dat de vergunning, verleend in 1989 krachtens de Hinderwet aan de vorige eigenaar, nog van kracht is en dat verweerder niet heeft aangegeven of de overtreden activiteiten geheel of gedeeltelijk rechtmatig zijn op grond van deze vergunning. Hierdoor was onduidelijk of het bestuursorgaan bevoegd was de last onder dwangsom op te leggen.
Gezien deze onzekerheid besloot de Voorzitter het besluit tot last onder dwangsom te schorsen voor een periode van zes weken na de beslissing op bezwaar, met mogelijkheid tot verlenging. Tevens werd het betaalde griffierecht aan verzoekster vergoed. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot last onder dwangsom is geschorst wegens onduidelijkheid over de geldigheid van de milieuvergunning.