ECLI:NL:RVS:2004:AO7999
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Th.G. Drupsteen
- M.A.G. Stolker
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor milieuhandhaving bij De Plaatijzerindustrie B.V.
De Plaatijzerindustrie B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom die het college van gedeputeerde staten van Gelderland op 6 april 2004 aan haar oplegde wegens het stralen, gloeien en coaten van vaten op niet-vergunde locaties en met niet-vergunde methoden. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 13 april 2004.
De Voorzitter oordeelde dat de last onder dwangsom terecht was opgelegd omdat de activiteiten niet voldeden aan de Wet milieubeheervergunning van 1997. Echter, de begunstigingstermijn van één uur om de activiteiten te staken werd als onaanvaardbaar beschouwd zonder nader onderzoek of de processen redelijkerwijs binnen die termijn konden worden beëindigd. Tevens bleek uit de overwegingen dat de milieugevolgen niet wezenlijk afweken van de vergunning en er geen ernstige hinder of schade was veroorzaakt.
Verzoekster voerde aan dat de activiteiten noodzakelijk waren om enkele orders tijdig te verwerken, waaronder de behandeling van grote vaten die niet op de gebruikelijke wijze konden worden behandeld en waarvoor geen transportvergunning voor vervoer naar elders bestond. Hoewel de melding ingevolge artikel 8.19 van de Wet milieubeheer niet was geaccepteerd, was een vergunningaanvraag in voorbereiding.
Na belangenafweging besloot de Voorzitter het besluit tot last onder dwangsom te schorsen tot 30 april 2004. Tevens werd het college van gedeputeerde staten van Gelderland veroordeeld tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan verzoekster.
Uitkomst: Besluit tot last onder dwangsom geschorst tot 30 april 2004 en provincie Gelderland veroordeeld tot proceskostenvergoeding.