ECLI:NL:RVS:2004:AO8437
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- A.M. van Meurs-Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor kappen van drie berken ondanks bezwaar appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Loenen verleende op 9 september 2003 een vergunning aan een vergunninghouder voor het kappen van drie berken op een perceel in Loenen. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat op 13 januari 2004 door het college werd afgewezen. Vervolgens verklaarde de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde dat het kappen van de bomen het natuurschoon, milieu en de leefbaarheid aantastte, maar deze stellingen waren niet onderbouwd met deskundigheid. De Raad van State oordeelde dat het college terecht geen van de in de APV genoemde weigeringsgronden had vastgesteld en dat de vergunning daarom terecht was verleend. Een belangenafweging was niet aan de orde omdat de kap niet viel onder de weigeringsgronden.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de voorzieningenrechter en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de vergunning voor het kappen van drie berken wordt bevestigd.