ECLI:NL:RVS:2004:AO8451
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering handhaving opslagverbod en nadere eisen milieu
Appellant verzocht om handhavingsmaatregelen tegen een vergunninghouder vanwege opslag op het buitenterrein van een inrichting, zichtbaar vanaf de openbare weg, die visuele hinder zou veroorzaken. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde ook het bezwaar ongegrond. Appellant stelde dat het verbod uit een revisievergunning als nadere eis bleef gelden en dat een gesloten hekwerk als nadere eis gesteld moest worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer sinds 1 december 2000 van toepassing is, waardoor de vergunningplicht voor de inrichting verviel. De voorschriften van de revisievergunning, waaronder het verbod op zichtbare opslag, golden slechts drie jaar als nadere eis en waren inmiddels vervallen. Het verbod had bovendien geen betrekking op de in het Besluit genoemde onderwerpen waarop nadere eisen kunnen worden gesteld.
De Afdeling oordeelde dat verweerder terecht niet bevoegd was handhavend op te treden tegen het opslagverbod en dat het stellen van een gesloten hekwerk wegens visuele hinder niet mogelijk was op grond van het Besluit. Er was geen sprake van zodanige visuele hinder dat het stellen van nadere eisen in het belang van milieubescherming was aangewezen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van handhaving en het stellen van nadere eisen is ongegrond verklaard.