ECLI:NL:RVS:2004:AO8493
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- D.A.B. Montagne
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ambtshalve wijziging van milieuvergunning voor pluimveehouderij te Urk
Verweerder heeft bij besluit van 30 juli 2003 de milieuvergunning uit 1993 voor een pluimveehouderij te Urk ambtshalve gewijzigd en de oude vergunning laten vervallen, met nieuwe voorschriften ter bescherming van het milieu. Appellant stelde dat de oude vergunning nog voldoende was en dat het intrekken van alle voorschriften de bevoegdheid van verweerder te buiten ging.
Verweerder voerde aan dat de voorschriften moesten worden aangepast aan de huidige milieumaatstaven omdat de oude voorschriften ontoereikend waren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de ambtshalve wijziging geoorloofd was op grond van artikel 8.23 van de Wet milieubeheer, mits in het belang van milieubescherming.
De Afdeling stelde vast dat de nieuwe voorschriften aanscherpingen bevatten op het gebied van bodem, afval, lucht, energie en veiligheid, en dat deze noodzakelijk waren om milieuschade te voorkomen. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard. Tevens werd overwogen dat de termijn van maximaal vijf maanden voor mestopslag niet onredelijk was en niet hoefde te worden verlengd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 28 april 2004.
Uitkomst: Het beroep tegen de ambtshalve wijziging van de milieuvergunning wordt ongegrond verklaard.