ECLI:NL:RVS:2004:AO8496
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- F.P. Zwart
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep college van gedeputeerde staten tegen bouwvergunning vrijstelling
Het college van burgemeester en wethouders van Cuijk verleende op 11 februari 2003 een vergunning met vrijstelling voor de bouw van een woning met schuur ter vervanging van een bestaande woning. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant gaf vooraf een verklaring van geen bezwaar af, maar stelde later dat deze verklaring onterecht was afgegeven.
De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van een derde tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders gegrond en schorste het besluit. Het college van gedeputeerde staten stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college van gedeputeerde staten niet als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat het niet het bestuursorgaan is dat het primaire besluit heeft genomen en zijn belangen als toezichthouder niet rechtstreeks bij het besluit zijn betrokken. Tevens zou het toestaan van het hoger beroep de bevoegdheidsverdeling tussen bestuursorganen ondermijnen, mede gezien het feit dat een eenmaal verleende verklaring van geen bezwaar niet kan worden ingetrokken.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college van gedeputeerde staten is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet als belanghebbende kan worden aangemerkt.