ECLI:NL:RVS:2004:AO8503
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- F.P. Zwart
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking bouwvergunning voor pluimveestallen in Geldermalsen
Het college van burgemeester en wethouders van Geldermalsen trok bij besluit van 23 november 2001 de eerder verleende bouwvergunning voor drie pluimveestallen in. De vergunning was verleend na een bestemmingswijziging van het perceel ten behoeve van een pluimveebedrijf. De vergunninghouder had het perceel en de vergunning echter zonder toestemming van het college aan een derde verkocht, zonder de tenaamstelling van de vergunning aan te passen.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van de vergunninghouder tegen de intrekking gegrond en bepaalde dat het college een nieuwe beslissing moest nemen. Het college stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht meer gewicht mocht toekennen aan het belang van de gewijzigde planologische inzichten die niet-grondgebonden agrarische bedrijven in het buitengebied niet toestaan, dan aan het belang van de vergunninghouder bij het in stand houden van de vergunning.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vergunninghouder ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 28 april 2004.
Uitkomst: Het beroep van de vergunninghouder wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bouwvergunning gehandhaafd.