ECLI:NL:RVS:2004:AO8851
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen besluit inzake saneringsplan voormalige Fokkerlocatie
Bij besluit van 31 januari 2002 stelde de provincie Zuid-Holland vast dat op het voormalige Fokkerterrein sprake was van ernstige bodemverontreiniging en classificeerde de sanering als niet urgent. Tevens werd ingestemd met het raamsaneringsplan onder voorwaarden. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit en het daaropvolgende besluit van 12 februari 2003 tot goedkeuring van uitvoeringsplannen.
Appellanten vreesden schade aan omliggende woningen door zettingen en gezondheidsrisico's door vrijkomende stoffen. Zij stelden dat het saneringsplan onvoldoende beschreef hoe de damwand zou worden geplaatst en dat de maatregelen ter bescherming ontoereikend waren.
De Raad van State oordeelde dat het saneringsplan voldoende technische en (geo)hydrologische voorzieningen bevatte om schade en gezondheidsrisico's te beperken. Het ontbreken van details over de damwandconstructie werd niet als relevant voor de bodembescherming beschouwd. De Raad wees erop dat eventuele schade aan woningen civielrechtelijk kan worden aangepakt.
De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het besluit tot goedkeuring van het saneringsplan worden ongegrond verklaard.