ECLI:NL:RVS:2004:AO8852
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- J.G.C. Wiebenga
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen gedeeltelijke afwijzing wijziging voorschriften lozingsvergunning Edelchemie Panheel
Edelchemie Panheel B.V. verzocht om wijziging van voorschriften 4 en 6 van haar lozingsvergunning uit 1998 voor het lozen van bedrijfsafvalwater via de bedrijfsriolering en RWZI Panheel. Het dagelijks bestuur van het Zuiveringschap Zuid-Limburg wees dit verzoek gedeeltelijk af, met name wijziging van voorschrift 6 werd geweigerd.
Appellante stelde dat de afzonderlijke vrachtnormen voor zware metalen onnodig bezwarend zijn en dat de concentratie-eis voor onopgeloste bestanddelen niet meer relevant is. Verweerder verdedigde de normen als gebaseerd op de stand der techniek en noodzakelijk voor de bescherming van het oppervlaktewater en de werking van de RWZI.
De Raad van State overwoog dat de afzonderlijke vrachtnormen niet onhaalbaar zijn en dat sommering tot een grotere milieubelasting kan leiden. Ook achtte de Afdeling de concentratie-eis voor onopgeloste bestanddelen noodzakelijk voor het functioneren van de RWZI. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van milieubescherming en technische normen in vergunningverlening onder de Wet milieubeheer en Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
Uitkomst: Het beroep van Edelchemie Panheel tegen het gedeeltelijk afwijzen van haar verzoek tot wijziging van voorschriften in haar lozingsvergunning wordt ongegrond verklaard.