ECLI:NL:RVS:2004:AO8861
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing huursubsidie met in stand laten rechtsgevolgen
Appellante vroeg huursubsidie aan voor de periode van 1 juli 2002 tot en met 30 juni 2003, welke door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer werd afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard door het hoofd Unit Correspondentie, en het beroep bij de rechtbank Leeuwarden werd eveneens afgewezen.
Appellante stelde in hoger beroep dat de afwijzing onterecht was, onder meer vanwege omstandigheden rond de afwikkeling van de nalatenschap van haar ex-echtgenoot, maar dit werd door de Raad van State niet als relevant voor het bestuursrechtelijke geschil beoordeeld. Wel oordeelde de Raad dat het besluit op bezwaar was genomen door een ambtenaar zonder geldige mandaatregeling, waardoor het besluit op bezwaar onrechtmatig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde daarom het besluit op bezwaar en de uitspraak van de rechtbank, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand blijven omdat het besluit inhoudelijk stand kan houden. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar zijn vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit blijven in stand.