ECLI:NL:RVS:2004:AO8884
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J. Hoekstra
- R.H. Lauwaars
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen goedkeuring uitwerkingsplan Spoortunnel Beverwijk
Het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk stelde op 16 juni 2003 het uitwerkingsplan 'Spoortunnel' vast, waarna het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland dit plan op 5 augustus 2003 goedkeurde. Appellant sub 1 en de vereniging 'Belangenvereniging Broekpolder' stelden beroep in tegen deze goedkeuring, stellende dat het plan de toekomstige verkeersafwegingen in de wijk Broekpolder onjuist zou beperken.
De Raad van State oordeelde dat appellant sub 1 als belanghebbende kan worden aangemerkt en dat het beroep ontvankelijk is. Het plan is een uitwerking van het bestemmingsplan Broekpolder en beoogt een ontsluitingsweg onder de spoorlijn mogelijk te maken. De Afdeling stelde vast dat het college van burgemeester en wethouders aan de uitwerkingsplicht had voldaan en dat het plan in overeenstemming is met de uitwerkingsregels en het bestemmingsplan.
De Raad van State verwierp de bezwaren dat het plan een alternatieve verkeersroute zou uitsluiten en benadrukte dat toekomstige ruimtelijke keuzes, zoals de aanleg van de Oostelijke doorverbinding, nog via een herziening van het bestemmingsplan zullen worden beoordeeld. Er was geen grond om te oordelen dat het besluit onrechtmatig was of dat de beoordelingsmarges waren overschreden. De beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de goedkeuring van het uitwerkingsplan Spoortunnel wordt ongegrond verklaard.