ECLI:NL:RVS:2004:AO8892
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S.I.M. Peute
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming voor portierswerkzaamheden op grond van Wet pbr
Appellant verzocht om toestemming voor het verrichten van portierswerkzaamheden bij Euro Beveiliging B.V. en ICU Security, welke door de korpschef van de politieregio Utrecht werd geweigerd op grond van artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wet pbr).
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat appellant geen bezwaarschrift had ingediend tegen het eerdere besluit van 12 oktober 2000, waardoor dat besluit onaantastbaar was. Tevens ontbraken nieuwe feiten of omstandigheden die een heroverweging konden rechtvaardigen.
De Raad van State sluit zich hierbij aan en oordeelt dat de door appellant aangevoerde omstandigheden, zoals het afronden van een horecaportiercursus en het niet kunnen vinden van werk via de sociale dienst, geen nieuwe feiten zijn in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt eveneens.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van toestemming voor portierswerkzaamheden wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.