ECLI:NL:RVS:2004:AO9192
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- H. Borstlap
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning lozing afvalstoffen op gemeentelijke riolering
Bij besluit van 14 maart 2003 verleenden de dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Hollands Noorderkwartier een vergunning aan Gist-Brocades International B.V. voor het lozen van afvalstoffen op de gemeentelijke riolering in Zaandam. Het besluit werd op 20 maart 2003 ter inzage gelegd. Appellant a en appellant b stelden beroep in tegen dit besluit.
Het beroep van appellant b werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het na afloop van de beroepstermijn van zes weken was ingediend zonder dat sprake was van een gegronde reden voor het verzuim. Het beroep van appellant a richtte zich op de inhoud van de vergunning, met name op de toepasselijkheid van de IPPC-richtlijn en de strengheid van de lozingsvoorschriften.
De Raad stelde vast dat de IPPC-richtlijn niet van toepassing was omdat de drempelwaarden voor productiecapaciteit niet werden overschreden. De aan de vergunning verbonden voorschriften, waaronder lozingsnormen en een saneringsplan met een termijn van twee jaar, werden als voldoende en redelijk beoordeeld. De bezwaren van appellant a werden niet gegrond bevonden. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant b is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van appellant a ongegrond.