ECLI:NL:RVS:2004:AO9228
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J. Fransen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake last onder dwangsom voor opslag en verwerking autowrakken
Bij besluit van 15 september 2003 legde het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een last onder dwangsom op aan verzoeker vanwege het zonder vergunning in werking hebben van een inrichting voor opslag en verwerking van autowrakken. Verzoeker stelde dat het college van burgemeester en wethouders van Westland bevoegd gezag was en betwistte dat de aangetroffen auto's als afvalstoffen moesten worden aangemerkt.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college van gedeputeerde staten bevoegd was, omdat de inrichting viel onder categorieën waarvoor zij vergunningverlenend gezag zijn. Uit controles bleek dat meer dan vijf auto's in een rijtechnisch onvoldoende staat verkeerden en dat demontagewerkzaamheden plaatsvonden, waardoor deze auto's als afvalstoffen in de zin van de Wet milieubeheer moesten worden beschouwd.
De Voorzitter overwoog dat de economische waarde van onderdelen niet uitsluit dat het om afvalstoffen gaat. Gezien de wettelijke bepalingen en jurisprudentie van het Hof van Justitie werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.