ECLI:NL:RVS:2004:AO9243
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J. Fransen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing handhavingsverzoek milieuvergunning
Verzoekers hadden een verzoek ingediend om bestuurlijke handhavingsmiddelen toe te passen tegen een inrichting die zonder toereikende milieuvergunning in werking was. Dit verzoek werd door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant op 25 september 2003 afgewezen. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd bij besluit van 17 februari 2004 ongegrond verklaard. Verzoekers stelden ernstige geluidhinder en brandgevaar te ondervinden en betwijfelden de mogelijkheid tot vergunningverlening vanwege eerdere vernietigingen van vergunningen door de Afdeling bestuursrechtspraak.
De Voorzitter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 26 april 2004. Uit de stukken bleek dat het akoestisch onderzoek dat relevant was voor de vergunningverlening pas na het bestreden besluit was ontvangen, waardoor verweerder geen volledig beeld had bij zijn besluitvorming. De Voorzitter oordeelde dat er onvoldoende zicht was op het op korte termijn verlenen van een milieuvergunning en dat het standpunt van verweerder dat een voorlopige versie van het rapport aanwezig was, niet tot een ander oordeel leidde.
Op grond hiervan werd het bestreden besluit geschorst en werd het college van gedeputeerde staten veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekers. De uitspraak is gedaan op 6 mei 2004 door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het besluit van 17 februari 2004 wordt geschorst en de provincie Noord-Brabant wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.