ECLI:NL:RVS:2004:AO9346
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- J.H.B. van der Meer
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Beslissing over schrapping kandidaat Maarten ’t Hart van Europese verkiezingslijst
De Partij voor de Dieren stelde beroep in tegen het besluit van de Kiesraad om Maarten ’t Hart te schrappen van de kandidatenlijst voor de verkiezingen van het Europees Parlement, omdat geen kopie van een geldig legitimatiebewijs was overgelegd.
De Raad van State oordeelde dat de Kieswet vereist dat bij de kandidatenlijst een schriftelijke instemming en een kopie van een geldig legitimatiebewijs van elke kandidaat wordt overgelegd. Bij het ontbreken van het legitimatiebewijs wordt de instemming geacht te ontbreken, waardoor schrapping verplicht is.
De Raad van State verwierp het beroep, omdat de Kiesraad geen discretionaire bevoegdheid had om af te wijken van deze wettelijke verplichting. Tevens werd het grondwettelijk betoog van de appellant verworpen wegens het verbod op toetsing van de grondwettigheid van wetten door de rechter.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de Partij voor de Dieren tegen de schrapping van Maarten ’t Hart van de kandidatenlijst is ongegrond verklaard.