ECLI:NL:RVS:2004:AO9683
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.E.M. Polak
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering afgifte Nederlands kentekenbewijs wegens onduidelijke voertuigidentiteit
Appellant verzocht om afgifte van een Nederlands kentekenbewijs voor een voertuig waarvan het originele identificatienummer (VIN) ontbrak of onleesbaar was. De Dienst Wegverkeer weigerde dit op basis van een deskundig onderzoek waaruit bleek dat het VIN niet op juiste wijze was aangebracht en de identiteit van het voertuig niet kon worden vastgesteld.
Appellant voerde aan dat het onderzoek onvoldoende deskundig was, dat een tweede onderzoek had moeten plaatsvinden en dat een etsonderzoek noodzakelijk was. Ook stelde hij dat het financiële belang van hem als houder zwaarder had moeten wegen. De rechtbank en de Raad van State verwierpen deze argumenten, stellende dat het onderzoek van een erkende deskundige voldoende was en dat de regeling geen beleidsvrijheid bood om het financiële belang mee te wegen.
De Raad van State concludeerde dat de weigering terecht was gehandhaafd omdat de identiteit van het voertuig niet vaststond, zoals vereist volgens artikel 9 van Pro de Regeling vaststelling datum eerste toelating van voertuigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot afgifte van het kentekenbewijs bevestigd.