ECLI:NL:RVS:2004:AO9698
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- G.A.A.M. Boot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving bestemmingsplan en dwangsom tegen illegaal betonbedrijf
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer heeft bij besluit van 14 februari 2002 aan een vergunninghouder onder dwangsom opgelegd het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van een perceel als betonbedrijf te staken en gestaakt te houden. De vergunninghouder maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, maar zowel het college als de rechtbank Haarlem verklaarden deze ongegrond.
De vergunninghouder stelde in hoger beroep dat het gebruik niet in strijd was met het bestemmingsplan en verwees naar een ander bedrijf dat wel vergelijkbare activiteiten mocht verrichten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het gebruik van het perceel als betonbedrijf inderdaad in strijd was met de bestemmingsplanvoorschriften en dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond had verklaard.
Verder werd geoordeeld dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel in hoger beroep niet ontvankelijk was omdat dit niet tijdig was ingebracht in de eerdere procedure. Ook de hoogte van de dwangsom werd als redelijk beoordeeld. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 19 mei 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.