ECLI:NL:RVS:2004:AO9704
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.E.M. Polak
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar visumprocedure Chinese onderdanen
De Minister van Buitenlandse Zaken heeft appellant per brief meegedeeld dat de correspondentie over de visumprocedure voor Chinese onderdanen als afgesloten wordt beschouwd. Appellant maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar de Minister verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank Utrecht verklaarde vervolgens het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de brief van de Minister een besluit was in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat het een weigering zou betreffen om de regelgeving omtrent de visumprocedure te wijzigen. De Raad van State oordeelde echter dat de brief geen besluit met rechtsgevolgen is, maar slechts een mededeling dat de correspondentie is afgesloten.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat alleen bij een daadwerkelijke afwijzing van een visumaanvraag de regelgeving en de compatibiliteit daarvan met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens aan de orde kunnen komen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.