ECLI:NL:RVS:2004:AO9720
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- M.W.L. Simons-Vinckx
- Rechtspraak.nl
Terminstelling in Wet milieubeheer niet aan te merken als besluit in bestuursrechtelijke zin
In deze zaak heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel aan appellante een termijn gesteld om haar handelen in overeenstemming te brengen met de vergunningvoorschriften, zoals bedoeld in artikel 18.12, derde lid, van de Wet milieubeheer. Appellante maakte bezwaar tegen deze termijnstelling, maar het college verklaarde dit bezwaar deels gegrond en deels ongegrond. Appellante stelde vervolgens beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft ambtshalve onderzocht of de brief met de termijnstelling kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling oordeelde dat deze termijnstelling geen publiekrechtelijke rechtshandeling inhoudt en niet gericht is op rechtsgevolg. De verplichting tot naleving van de vergunningvoorschriften bestond reeds op grond van de wet en wordt door de termijnstelling niet gewijzigd.
Daarom is de brief van 4 februari 2003 niet aan te merken als een besluit en had het college het bezwaarschrift tegen deze brief niet-ontvankelijk moeten verklaren. Door dit niet te doen, handelde het college in strijd met artikel 7:1, eerste lid, Awb. De bestreden beslissing op bezwaar is dan ook vernietigd en het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling heeft zelf in de zaak voorzien en het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante. Deze uitspraak vervangt het vernietigde besluit en is uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2004.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de termijnstelling wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 16 december 2003 vernietigd.