ECLI:NL:RVS:2004:AO9723
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke gegrondverklaring hoger beroep tegen weigering vrijstelling en bestemmingsplanwijziging voor opslagbedrijf
Het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe weigerde vrijstelling en wijziging van het bestemmingsplan voor vestiging van de firma Landex op een perceel bestemd als agrarisch gebied met landschapswaarden. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad oordeelt dat het college ten onrechte aannam dat de aanvraag uitsluitend betrekking had op vrijstelling op grond van artikel 32 van Pro de planvoorschriften. De aanvraag was breder en betrof planologische medewerking voor vestiging van Landex. De rechtbank heeft dit miskend, waardoor het hoger beroep in dat opzicht gegrond is en de uitspraak en het besluit van het college deels worden vernietigd.
Het college heeft vervolgens een gewijzigd besluit genomen dat het verzoek om vrijstelling en wijziging van de bestemming afwijst. De Raad oordeelt dat het college terecht heeft geoordeeld dat het gebruik voor opslag van auto-onderdelen strijdig is met de bestemming en dat de voorwaarden voor vrijstelling en wijziging niet zijn vervuld. Het beroep tegen dit gewijzigde besluit wordt ongegrond verklaard.
De Raad veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant. Het hoger beroep wordt dus deels toegewezen en deels afgewezen, waarbij het oorspronkelijke besluit deels wordt vernietigd en het gewijzigde besluit wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en delen van het besluit en uitspraak vernietigd, het gewijzigde besluit wordt bevestigd.