ECLI:NL:RVS:2004:AO9734
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.E.M. Polak
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens onttrekking woonruimte zonder vergunning in Haarlem
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem legde appellant een last onder dwangsom op vanwege het onttrekken van woonruimte in een pand te Haarlem zonder de vereiste onttrekkingsvergunning. Appellant exploiteerde in het pand een massagesalon, wat volgens de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland verboden is zonder vergunning.
De voorzieningenrechter had eerder het besluit van het college geschorst, maar verklaarde het beroep van appellant later ongegrond. Appellant stelde dat hem opnieuw een begunstigingstermijn van vier maanden moest worden gegeven, maar deze stelling werd verworpen omdat hij al sinds het oorspronkelijke besluit rekening kon houden met handhaving.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was tot het opleggen van de last onder dwangsom en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die handhaving in de weg stonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.