ECLI:NL:RVS:2004:AO9736
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.E.M. Polak
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering vergunning voor gedeeltelijke onttrekking woonruimte aan bestemming bewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem weigerde op 6 december 2001 een vergunning voor gedeeltelijke onttrekking van woonruimte aan de woonbestemming van een pand in Haarlem. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze weigering. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het pand sinds circa 1970 onafgebroken als woonruimte wordt gebruikt en dat het deel dat als erotische massagesalon wordt geëxploiteerd, onttrokken wordt aan de woonbestemming. Appellant kon niet aannemelijk maken dat het pand een gemengd woon- en bedrijfsfunctie had of dat de bedrijfsactiviteiten als vrij beroep aan huis konden worden aangemerkt. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, mede omdat de exploitatievergunning voor de massagesalon pas na de bezwaarbeslissing werd verleend.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat het college terecht het belang van het behoud van de woningvoorraad zwaarder heeft gewogen dan het economische belang van appellant. Het subsidiaire betoog over ongelijke behandeling faalde eveneens. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de vergunning voor gedeeltelijke onttrekking van woonruimte aan de woonbestemming.