ECLI:NL:RVS:2004:AO9749
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit kamerverhuur na onvoldoende motivering college Leeuwarden
Het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden legde appellant een dwangsom op om de exploitatie van een pand als kamerverhuurpand te beëindigen. Appellant voerde aan dat er geen sprake was van kamerverhuur, maar van gezamenlijk gebruik door vier studenten als één huishouden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde anders.
De Afdeling stelde vast dat het college onvoldoende had onderzocht of de feitelijke situatie van gezamenlijk wonen als één huishouden kon worden aangemerkt, en dat de motivering van het besluit ontbrak. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig genomen en niet deugdelijk gemotiveerd, wat in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het college een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen. Tevens werd een proceskostenvergoeding aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.