ECLI:NL:RVS:2004:AO9977
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor lozing schadelijke stoffen in oppervlaktewater
Verweerders legden verzoeker een last onder dwangsom op vanwege het zonder vergunning lozen van schadelijke stoffen in het oppervlaktewater van de Derde Plas van de Loosdrechtse Plassen. Verzoeker maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek en stelde vast dat het plaatsen van een steiger van gewolmaniseerd hout leidt tot uitloging van koper en chroom in het oppervlaktewater, hetgeen een lozing vormt waarvoor een vergunning vereist is. Verzoeker voerde aan dat er onvoldoende duidelijkheid is over de uitloging en dat het beleid van verweerders verouderd is, maar de Voorzitter achtte het onderzoek van het Hoogheemraadschap en het RIVM betrouwbaar.
Verder oordeelde de Voorzitter dat het beleid van verweerders uit 1998 als grondslag voor het besluit kon dienen en dat verzoeker geen vergunningaanvraag had ingediend. Ook was er geen sprake van een onzorgvuldige belangenafweging. Gezien deze overwegingen wees de Voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.