ECLI:NL:RVS:2004:AO9981
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor lozing zonder vergunning
Verweerders hebben aan verzoeker een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder vergunning lozen van schadelijke stoffen in het oppervlaktewater van de Derde Plas van de Loosdrechtse Plassen. Verzoeker betwist dat sprake is van een lozing en voert onder meer aan dat het geplaatste dekdeel boven het water niet zal uitlogen.
De Voorzitter stelt vast dat het dekdeel van gewolmaniseerd hout is en dat onderzoek van het Hoogheemraadschap Rijnland en het RIVM aantoont dat uitloging van koper en chroom plaatsvindt. Verzoekers tegenargumenten en ingebrachte rapporten leiden niet tot twijfel aan deze conclusie. Verweerders hebben dan ook terecht geconcludeerd dat sprake is van een lozing in de zin van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
Verder voert verzoeker aan dat het beleid van verweerders uit 1998 niet meer als grondslag kan dienen en dat onvoldoende is onderzocht of minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn. De Voorzitter oordeelt dat het beleid nog steeds van toepassing is, dat verzoeker geen vergunningaanvraag heeft ingediend en dat verweerders voldoende hebben onderzocht of legalisering mogelijk is. Ook is geen onzorgvuldige belangenafweging vastgesteld.
Gelet op deze overwegingen ziet de Voorzitter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen.